Rechtbank verklaart Stichting Collectief FGS ontvankelijk

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam beslist dat Stichting Collectief FGS de collectieve procedure tegen ING en bunq mag voortzetten.

De stichting voldoet volgens de rechtbank aan alle wettelijke eisen en is aangewezen als exclusieve belangenbehartiger voor de gedupeerden. Dit is een belangrijke stap. ING en bunq voerden aan dat de deelnemers onvoldoende vergelijkbaar zouden zijn en dat de stichting niet genoeg gedupeerden vertegenwoordigt. De rechtbank heeft deze bezwaren verworpen.

Volgens de rechtbank:

• zijn de belangen en schadevorderingen van de gedupeerden voldoende gelijksoortig om gezamenlijk te behandelen;

• is Stichting Collectief FGS voldoende representatief en vertegenwoordigt een voldoende groot deel van de totale groep en de totale schade;

• beschikt de stichting over voldoende middelen, deskundigheid en zeggenschap om de procedure te voeren.

Wat betekent dit voor de gedupeerden?

De procedure gaat nu door naar de inhoudelijke fase. Daarin zal de rechtbank beoordelen of ING en bunq hadden moeten ingrijpen en aansprakelijk zijn voor de schade van de gedupeerden. De rechtbank heeft daarover in dit vonnis nog geen definitief oordeel gegeven. Het vonnis betekent dus nog niet dat de banken aansprakelijk zijn of dat al een schadevergoeding wordt uitgekeerd.

Gedupeerden in Nederland en België vallen in beginsel automatisch onder de collectieve procedure. Wie door de stichting vertegenwoordigd wil blijven, hoeft op dit moment niets te doen. Er volgt nog afzonderlijke informatie over de wettelijke mogelijkheid om niet aan de procedure deel te nemen en de daarvoor geldende termijn.

Het hele vonnis leest u op: https://www.rechtspraak.nl/binaries/_rts_1784546532690/content/assets/wamca/2026/260715vonnis-ontvankelijkheid.pdf

Tot slot

Stichting Collectief FGS ziet deze uitspraak als een belangrijke mijlpaal en ziet het vervolg van de procedure met vertrouwen tegemoet.