Strafrechter: kopers van Forward Gold Sales zijn op grote schaal opgelicht

Strafrechter: kopers van Forward Gold Sales zijn op groteschaal opgelicht

De Rechtbank Amsterdam heeft op 1 juli 2026 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen meerdere personen en ondernemingen die betrokken waren bij de verkoop van Forward Gold Sales. De rechtbank oordeelt dat sprake was van grootschalige oplichting van kopers en van deelname aan een criminele organisatie. In de gepubliceerde vonnissen is daarnaast een veroordeling uitgesproken voor witwassen en valsheid in geschrifte. Een van de verdachten kreeg een gevangenisstraf van vier jaar en een beroeps- en bestuursverbod van zevenjaar. Ook aan overige verdachten zijn straffen opgelegd.

Wat heeft de rechtbank vastgesteld?

Tussen eind 2015 en juli 2018 zijn ongeveer 1.700 ForwardGold Sale-contracten gesloten met bijna 700 kopers, voor in totaal ruim € 45miljoen. Kopers werd voorgehouden dat hun geld zou worden gebruikt voor deontwikkeling en exploitatie van een goudmijn in Tanzania en dat zij na tienmaanden fysiek goud zouden ontvangen.

Volgens de rechtbank was die voorstelling van zaken onjuist:

·        de mijn produceerde nauwelijks goud;

·        van de ontvangen gelden ging slechts een klein deel naar het buitenland en kon niet worden vastgesteld dat dit gelddaadwerkelijk in de mijnbouw is geïnvesteerd;

·        het grootste deel van de inleg werd gebruikt om hoge commissies te betalen en om in Nederland goud te kopen voor eerdere kopers;

·        de levering aan eerdere kopers werd dus gefinancierd met geld van nieuwe kopers;

·        de verstrekte brochures, websites, certificatenen eerdere goudleveringen wekten ten onrechte de indruk dat sprake was van eenbetrouwbaar en werkend product.

De rechtbank kwalificeert dit als een geraffineerde en professionele vorm van oplichting. Zij benadrukt ook dat gedupeerden de constructie niet zonder meer hadden hoeven doorzien. De documentatie en betrokkenheid van gerenommeerde partners, waaronder de Nederlandse banken, wekte vertrouwen. Potentiële kopers mochten er tot op zekere hoogte op vertrouwen dat dergelijke partijen aan hun eigen onderzoeksplicht hadden voldaan alvorens deze samenwerking aan te gaan.

Waarom is dit belangrijk voor gedupeerden?

Het strafvonnis bevestigt dat de rechtbank van oordeel isdat de Forward Gold Sales niet zijn mislukt door pech of tegenvallende mijnbouw, maar dat kopers bewust met onjuiste informatie zijn bewogen om geld te betalen. Ook stelt de rechtbank vast dat pensioengelden en spaargelden verloren zijn gegaan en dat de schade voor veel gedupeerden zeer groot is. De verwijzing naar de onderzoeksplicht van de banken is eveneens relevant.

Verschil met de civiele zaak tegen ING en bunq

Deze strafzaak staat juridisch los van de collectieveciviele procedure die Stichting Collectief FGS voert tegen ING en bunq. In de strafzaak stond centraal of de betrokken verkopers,bestuurders en ondernemingen zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten.De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord.

In de civiele zaak staat een andere vraag centraal: of INGen bunq, gelet op de signalen en omstandigheden die bij hen bekend waren ofhadden moeten zijn, eerder hadden moeten ingrijpen en daarom aansprakelijk zijnvoor de schade van de gedupeerden.

Het strafvonnis betekent dus niet automatisch dat de bankenaansprakelijk zijn. Die aansprakelijkheid moet in de civiele procedureafzonderlijk worden vastgesteld. Wel is van belang dat de strafrechter nu heeftgeoordeeld dat daadwerkelijk sprake was van fraude en dat de geldstromen liepenvia de Nederlandse rekeningen waarop de civiele procedure betrekking heeft.

Vervolg

Stichting Collectief FGS zal het strafvonnis betrekken bij de verdere behandeling van de civiele zaak tegen ING en bunq. De rechtbank laat op 8 juli aanstaande weten wanneer zij dat vonnis zal wijzen.